• Reitske Meganck

Lentesymposium reflecties over transdisciplinariteit, censuur en zorgen voor de zorg

Reitske Meganck (Ugent, klinische psychologie)


Eind maart (23-24 maart 2022) ging in de KVS in Brussel het Lentesymposium door. Dit breide een vervolg aan het Wintermanifest door het zo noodzakelijke debat fysiek te organiseren. Dat dit nodig is, bleek eens te meer, dat twee dagen slechts een aanzet kunnen vormen voor dit debat uiteraard ook. Maar het waren twee boeiende dagen waarin de verschillende stemmen vertegenwoordigd waren en soms rustig, soms wat pittiger, maar steeds respectvol in debat werd gegaan. Een bespreking van alle sessies is hier niet de bedoeling (alle sessies zijn opnieuw te bekijken op Lentesymposium.net), maar ik deel graag enkele reflecties die uiteraard persoonlijk en dus ook subjectief zijn. Het werd een drieluik waarvan elke reflectie op zich stof vormt voor verdieping en debat. Hopelijk kan het een aanzet zijn.


Transdisciplinaire miskenning


Laat me beginnen bij een namiddagsessie (“Why pandemic preparedness needs a society-wide approach”) op de eerste dag waar iets aan bod kwam wat evengoed de insteek was van het geheel van het Lentesymposium: hoe deze pandemie benaderen vanuit verschillende disciplines. Hoe disciplines samen worden gebracht, kan op verschillende manieren zette Prof. Anne-Mieke Vandamme in haar introductie omtrent het corona virus pandemic preparedness project van het Institute for the Future aan de KULeuven uiteen. Als ik het hier mag reduceren tot twee brede mogelijkheden kunnen we naar een probleem kijken vanuit verschillende disciplines die elk hun blik daarop werpen – inter- of multidisciplinair, – of kunnen we de inzichten vanuit verschillende disciplines integreren en echt samenwerken, i.e., transdisciplinair. Helaas werd de sessie verder gekaapt door de VRT-ombudsman waardoor een inhoudelijke discussie over het project weinig ruimte kreeg. De minachtende toon waarop Tim Pauwels, de betreffende ombudsman, bijvoorbeeld de exponentiële curve uitlegde (bovendien fout) aan een groep waar academici in de meerderheid waren en aangaf dat de media te veel ruimte hadden gelaten aan kritische stemmen, liet de toehoorders ietwat verbouwereerd achter. Maar dat terzijde, waar ik het hier wil over hebben, is iets wat mij in de bijdragen van verschillende sprekers opviel tijdens die sessie, namelijk het afwegen van virologische en psychologische/sociale argumenten. Dit wordt namelijk telkens teruggebracht tot het in de weegschaal leggen van twee zaken die onderling niet verbonden geacht worden. Argumenten als dat het, zeker in de eerste fase, niet mogelijk was om mentaal welzijn in rekening te brengen omdat het draaide om het beperken van de verspreiding van het virus om zo de overbelasting van de ziekenhuizen tegen te gaan, zijn vaak gehoord. Als er dus nagedacht wordt over mentaal welzijn is dat als apart gegeven, bekeken vanuit een aparte discipline en losstaand van het verspreiden van het virus of de ernst van ziekte bij geïnfecteerde mensen. Vreemd is dat. Van een transdisciplinaire blik getuigt het alleszins niet. Meer nog, decennia aan transdisciplinair onderzoek – het veld heeft zelfs eigen naam: psychoneuroimmunologie – wordt hiermee genegeerd. Mentaal welzijn is geen toemaatje waar we naar kunnen kijken eens een virus of andere biologische bedreiging onder controle is. Het is fundamenteel verbonden met ons immuunsysteem en de manier waarop ons lichaam reageert op pathogenen die onvermijdelijk en voortdurend binnenkomen. We weten dat stress verbonden is met auto-immuunaandoeningen, maar ook gelinkt is aan onze vatbaarheid voor infectieziekten. We weten dat sociale isolatie zowel op korte als lange termijn nefast is voor onze gezondheid en samenhangt met een hogere mortaliteit. We weten dat sociale isolatie een bron van stress is. Dat betekent uiteraard dat we door dat te miskennen, we de poten onder onze eigen stoel vandaan zagen en het doel de zorg niet te overbelasten compromitteren eerder dan te bewerkstelligen.


Censuur gecensureerd


Op donderdag ging een sessie door rond de media met Jeroen Bossaert, Peter Verlinden, Sarah Van Leuven en Pol Deltour, gemodereerd door Rik Torfs. Een levendige sessie waarin de kritiek geformuleerd in het Wintermanifest over de rol van de vierde macht aan bod kwam. Opnieuw werd duidelijk hoe gevoelig dit ligt, maar ook dat de kritiek op vele plekken geen adres vindt en op onbegrip stuit. Jeroen Bossaert en Peter Verlinden kaartten terecht aan dat er tijdens deze periode ook een stuk overmacht speelde. In lijn met wat we ruimer in de maatschappij zien gebeuren blijkt ook hier de toenemende werkdruk en het steeds sneller moeten inspelen op de waan van de dag nefast voor kwaliteitsvolle journalistiek.


Sarah Van Leuven, professor communicatiewetenschappen aan de Universiteit Gent, startte verder met een best genuanceerde inkijk in de mediarapportage over de coronacrisis, al is het werk hierover ook nog te beperkt om grote conclusies te trekken. Dat ze zelf niet onbevooroordeeld is, waar niemand uiteraard vrij van is, bleek echter eveneens. Collega professoren, om Lieven Annemans niet bij naam te noemen, als antivaxer categoriseren, is voor een academicus toch eerder kort door de bocht en getuigt alleszins niet van een grondige analyse van zijn media-uitspraken. Iets wat we van een communicatiewetenschapper misschien toch mogen verwachten. Dat dergelijk hokjesdenken de samenleving uit elkaar speelt op een wel heel destructieve manier, konden we de afgelopen periode trouwens pijnlijk vaststellen en is net wat een initiatief als het Lentesymposium tracht te overstijgen. De verontwaardigde reactie van Rik Torfs en Peter Verlinden over dergelijke framing van kritische maar legitieme en genuanceerde meningen was dan ook meer dan op zijn plaats.


Wat later kwam dan de vraag van een journalist of het te verantwoorden is en geen integriteitsprobleem stelt dat Facebook factcheckers betaalt bij Knack en die info dan gebruikt om op hun sociale mediaplatform berichten te censureren. Hierop volgde stellig dat Facebook geen berichten censureert, maar enkel labelt. Dat in dergelijke praktijken geen probleem wordt gezien, lijkt mij op zich al erg verontrustend. Mensen met veelal een algemeen masterdiploma geven uitsluitsel over het waar of onwaar zijn van uitspraken van experten in een vakgebied en doen dit dan nog vaak door naar autoriteitsargumenten te verwijzen, i.e., ze gaan bijvoorbeeld te rade bij virologen die momenteel het beleid bepalen en nemen hun oordeel over. Vreemde praktijk en fundamenteel in tegenspraak met het onzekerheidsprincipe dat het wetenschappelijke veld tekent. Maar bovenal was de stellige uitspraak dat Facebook niet aan censuur doet gewoonweg fout. Naast de banners die bij elk mogelijks kritisch bericht verschijnen, worden berichten verwijderd, mensen hun accounts tijdelijk geblokkeerd of zelfs definitief geschorst. Zelfs de British Medical Journal klaagde dit aan in een open brief aan Marc Zuckerberg nadat ook peer-reviewed artikels van dit hoog aangeschreven tijdschrift gecensureerd werden.[1] Hoe je ook denkt over de vrijheid van meningsuiting op sociale media en daarbuiten, zeggen dat er geen censuur is, is censuur van de censuur.


Zorgen voor de zorg


Om te eindigen nog een reflectie die aansluit bij wat onze minister van volksgezondheid actueel heel sterk bezighoudt, de verplichte vaccinatie in de zorg. Op woensdagmiddag ging een beleidsgerichte sessie door met Dave Sinardet, Pedro Facon, Geert Meyfroidt, Margot Cloet en Erik Schokkaert. Het dient om te beginnen gezegd dat het een sessie was met ruimte voor verschillende meningen waar aandacht was voor sterkten en zwakten van het gevoerde beleid. Al zweefden de technocratische toekomstbeelden stilletjes door de zaal en werd de waarheid hier en daar wat geweld aan gedaan, bijvoorbeeld toen Pedro Facon zei dat de scholen maar enkele weken gesloten werden in België (tja, enkele weken is natuurlijk breed in te vullen), de sessie toonde dat we het niet eens hoeven te zijn om in gesprek te kunnen gaan. Aan het eind kwam echter uit het publiek de vraag naar hun mening over de verplichte vaccinatie in de zorg. Vooral voorstanders daarvan in het panel. Het meest zorgwekkende aan de reacties was echter een klein zinnetje, dat dit ook ‘zorg voor de zorg’ is, dat bijna onopgemerkt zou kunnen blijven, maar bevestigend werd onthaald door de deelnemers van de sessie. Niet iets om te laten passeren dus, want woorden doen ertoe, ook of net als ze nog ergens snel tussen geworpen worden.


Het was een rode draad doorheen de sessie dat samenleving en beleidsmakers te weinig gezorgd hebben voor de zorg. Zorgpersoneel heeft inderdaad twee helse jaren achter de rug, personeelsuitval is legio en vele mensen zeggen de zorg vaarwel. Een tendens die al gaande was, heeft zich uitvergroot doorgezet. Zorgen voor de zorg klinkt in die zin heel terecht. Maar menen dat onder andere te kunnen bewerkstelligen door verplichte vaccinatie lijkt de wereld op zijn kop. Een vaccin verplichten voor een snel muterend virus dat dus steeds achterop zal hinken, dat transmissie duidelijk niet tegengaat en waar nog zoveel vraagtekens bij zijn. Want ook dat kwam tijdens het Lentesymposium aan bod: we weten vooral nog heel veel niet. Dat is moeilijk te verdragen voor de mens, maar voor wetenschap wel essentieel om te erkennen en te communiceren. Wat we ook niet weten is hoeveel mensen de zorg vaarwel zullen zeggen als het vaccin verplicht wordt. Mensen die bovendien zelden tot een kwetsbare groep behoren met betrekking tot dit virus. Er wordt wel eens gewag gemaakt van 10% in sommige regio’s, maar zelfs al zijn het maar een paar procenten, gaat het al snel over vele duizenden zorgverleners die we absoluut niet kunnen missen en die al jaren het beste van zichzelf geven.





[1] https://www.bmj.com/content/375/bmj.n2635/rr-80

102 weergaven0 opmerkingen

Recente blogposts

Alles weergeven